Ons onderwijs in de praktijk

Op deze pagina vindt u meer informatie over ons onderwijs zoals het in de klas tot uiting komt.

 

Schoolplan
De doelstellingen en uitgangspunten van onze school worden uitvoerig beschreven in ons schoolplan. Het schoolplan is een wettelijk verplicht 4-jarig beleidsdocument, waarin de kwaliteit van het onderwijs wordt beschreven. Het schoolplan ligt op school ter inzage.

Didactische uitgangspunten
Wij zijn een school voor adaptief onderwijs.
Wij stimuleren kinderen op onze school door hen uit te dagen, te ondersteunen en vertrouwen te schenken.
Voor het verzorgen van adaptief onderwijs is het noodzakelijk dat verschillen tussen leerlingen als vanzelfsprekend worden gezien. Leerkrachten worden uitgedaagd om aan verschillen tegemoet te komen.
Dit betekent niet dat er individueel onderwijs moet worden gegeven in onze adaptieve basisschool. Het betekent wel dat onderwijs zodanig aangepast dient te zijn dat ieder kind in staat gesteld wordt om op zijn/haar manier te leren en zich te ontwikkelen.
Verzorgen van adaptief onderwijs vraagt veel aandacht, inventiviteit en passie van de leerkracht. Bewustwording en analyse van het eigen leerkrachtgedrag zijn noodzakelijk evenals het delen van elkaars werkconcept in teamverband.

Uitgangspunten van adaptief onderwijs
Een mens is pas in staat te leren als voldaan wordt aan de psychologische basisbehoeften:
Relatie: je mag er bij horen, je doet ertoe, je wordt gewaardeerd
Competentie: geloof en plezier in eigen kunnen Autonomie: iets zelf kunnen, verantwoordelijkheid dragen

Om een optimale ontwikkeling tot stand te brengen, zijn naast deze pedagogische aspecten ook onderwijskundige acties noodzakelijk. Onderwijsvernieuwingen zijn geen individuele aangelegenheid, maar een zaak van het hele team. Dat houdt in dat de inrichting van het onderwijs schoolbreed in alle groepen wordt vormgegeven, volgens de beginselen van adaptief onderwijs, zodanig dat er sprake is van een doorgaande lijn vanaf groep 1 tot en met groep 8.

Hoe ziet adaptief onderwijs er uit?
Dit komt op onze school voornamelijk tot uitdrukking in: het professioneel handelen van de leerkracht.

Zelfstandigheid
Zelfstandigheidsbevordering van de leerlingen. Middels de autonomie van de leerlingen kan de leerkracht meer begeleidend onderwijs geven aan de leerlingen die dat nodig hebben.
Zelfstandigheidsbevordering van de leerlingen wordt expliciet aangeboden vanaf groep 1. Binnen de school worden dezelfde regels en afspraken gehanteerd om tot attitude van leerlingen te komen (hoewel we ons bewust zijn dat niet alle leerlingen dezelfde mate van attitude kunnen ontwikkelen). Binnen de school wordt gewerkt met uitgestelde aandacht, de leerlingen weten dat de leerkracht voor een bepaalde periode niet voor de leerling beschikbaar is.
Deze uitgestelde aandacht willen we bereiken door de volgende regels en afspraken binnen de school te hanteren:
– Gebruik van een teken.
– Als de leerlingen tegen een probleem aanlopen, ‘trainen’ we de leerlingen om eerst zelf na te denken en een oplossing te vinden.
– Als daar geen oplossing uit voortkomt dan kan de leerling binnen zijn groep aan de buurman – buurvrouw om raad/hulp vragen.
– Als daar geen oplossing uit voortkomt, dan kan de leerling de opgave waar hij/zij mee bezig is, overslaan en aan een vervolgopdracht (die bij de leerling bekend is) gaan beginnen (niet voor groep 1).
– Als daar geen oplossing uit voortkomt dan kan de leerling terugvallen op keuzewerk binnen de klas (= materiaal met een bepaalde doelstelling dan wel zinvolheid).
– In de tussentijd is de leerkracht al een keer langs geweest om tijdens de hulpronde deze leerling te helpen.
– De regels worden als ondersteuning voor de leerlingen, middels pictogrammen aangeboden.
– Om deze attitude bij de leerlingen te trainen, wordt er regelmatig een procesevaluatie met de hele groep of met individuele leerlingen gehouden, om de leerlingen te laten reflecteren op hun eigen gedrag.
– In groep 8 werken de leerlingen vanaf de herfstvakantie met een planning voor hun taken. Dit wordt in 2017-2018 ook ingevoerd in de groepen 6 en 7. Hierdoor leren de leerlingen goed en zorgvuldig plannen, maar ontstaat ook meer ruimte voor individuele begeleiding door de leerkracht.

Instructie
Door de autonomie van de leerlingen is het instructiegedrag van de leerkracht daar ook op aangepast. De verantwoordelijkheid voor het ‘snappen’ van de stof, komt ‘opklimmend’ meer bij de leerlingen te liggen (voor de leerlingen die dat aankunnen).
Het instructiegedrag van de leerkracht richt zich op de instructiebehoeften van de leerlingen, het kenmerkt zich o.a. door instructie in lagen. Dat wil zeggen dat de leerkracht uitleg geeft aan de hele groep. Wanneer een deel van de groep de leerstof begrijpt, dan laat de leerkracht deze leerlingen ‘los’ (zij kunnen dan zelfstandig gaan werken) en besteedt zijn/haar aandacht aan de groep die nog instructie van de leerkracht nodig heeft. Als de basisgroep aan kan sluiten bij de eerste groep, dan heeft de leerkracht de gelegenheid die leerlingen die nog meer hulp nodig hebben, extra te instrueren.
Fase 3 vindt plaats aan de instructietafel, die in groep 1 t/m 8 structureel aanwezig is en structureel voor ‘zorg’ wordt gebruikt.
Door de gedifferentieerde instructie is het noodzakelijk om ook de verwerking gedifferentieerd aan te bieden. (Niet alle leerlingen hebben hetzelfde tempo en hetzelfde niveau.)

Naast de gelaagde instructie hanteert de school het D.I.-model (directe instructiemodel) dat bestaat uit de volgende fases:
– dagelijkse terugblik
– presentatie/lesgeven
– begeleide inoefening
– verwerking
– periodieke terugblik – terugkoppeling
Hierbij is de leerkracht zich bewust dat het ‘begeleid inoefenen’ het ‘beslispunt’ is voor gedifferentieerde instructie.

Stellen van open en gesloten vragen
De leerkrachten zijn zich ervan bewust dat het tot hun kerntaak behoort om denkactiviteiten bij leerlingen te stimuleren. Dat gebeurt door het stellen van de juiste vragen, binnen de juiste organisatie:
– Open vragen, die er voor zorgen dat er niet alleen een ‘ja’ of een ‘nee’ komt, maar vragen die leerlingen aan het denken zetten. Deze vragen: redeneren, verschillende gegevens met elkaar in verband brengen, een principe in een nieuwe situatie toepassen. De activiteit komt bij de leerling te liggen.
– Gesloten vragen: er is maar één antwoord mogelijk: deze vragen doen een beroep op het geheugen of peilen de kennis van de leerlingen.

Kies en/of Planbord
De leerlingen in de onderbouw (groep 1/2) werken met een planbord, dat inhoudt dat de leerlingen kunnen zelf bepalen welke werkjes ze gaan maken in de afgesproken periode.
Op het planbord wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘moetwerkjes’ en ‘magwerkjes’.
Administratief worden de kleuren van de dag bepaald (die door de hele school gebruikt worden), zodat de leerkracht weet welk werk op welk moment gemaakt is. De dag- en weektaken zijn in ontwikkeling.

Klasseninrichting
De klas is zodanig ingericht dat de leerlingen de noodzakelijke materialen zelf kunnen halen c.q.
kunnen bedienen.
– De kasten zijn open en toegankelijk.
– De materialen zijn logisch over het lokaal verspreid.
– De klas is dusdanig ingericht dat de leerkracht de ruimte heeft om structureel de hulpronden te lopen.
– In het kader van zelf problemen oplossen en in het kader van samenwerkend leren zitten de leerlingen in groepen/teams.
– De leerlingen weten waar de te corrigeren materialen ingeleverd moeten worden.
– In de groep is plaats voor een instructietafel.

Hulpronden
De leerkrachten zien het nut en de noodzaak in van het lopen van hulpronden:
– De leerlingen ‘controleren’ op hun product.
– De leerlingen begeleiden bij hun proces (zowel op individueel niveau als op groepsniveau) – Het peilen van de instructiebehoefte van de leerlingen.
De hulpronden worden onderscheiden in een:
– Startronde; kunnen alle leerlingen aan de slag met hun opdracht?
– Hulpronde; om de instructiebehoefte bij de leerlingen te peilen.
– Eindronde; hebben de leerlingen het werk goed gemaakt? De leerkracht laat een controlerende ‘blik’ over het werk gaan.

Communicatie tussen de leerkracht en de leerling(en)
Binnen elke groep (m.u.v. de groepen 1 en 2) hebben de leerlingen een teken (het oproepblokje), waardoor de leerkracht kan zien of de betreffende leerling een probleem heeft en daarbij de leerkracht nodig heeft (als deze leerkracht zijn/haar hulpronde loopt). De tekens:
? ik heb de leerkracht nodig
Groen ik werk lekker verder en ik heb geen hulp nodig, andere leerlingen kunnen bij mij terecht voor hulp
Rood ik werk lekker alleen en wil niet gestoord worden door de leerkracht en mijn medeleerlingen.

De pedagogische uitgangspunten
Regels op school
Gedurende de hele dag wordt tijdens het spelen en werken, in de klas en op het plein aandacht besteed aan hoe we met elkaar en de spullen van elkaar omgaan.

Hiertoe hebben we regels en afspraken. Deze regels zijn gebaseerd op 3 basiswaarden respect, verantwoordelijkheid en veiligheid:
• regels voor het omgaan met elkaar
• regels voor het omgaan met materialen
• regels voor het bewegen binnen en buiten de school.
Onze gezamenlijke basis is onze missie en visie, dit is onze gemeenschappelijke taal. Zowel voor kinderen, team als ouders.

Taakspel
In de groepen 1 tot en met 4 werken we met Taakspel. Het doel van Taakspel is dat onrustig en storend gedrag afneemt waardoor een positief werkklimaat ontstaat. Aan het begin van de les worden regels m.b.t. een gewenste werkhouding afgesproken. Hierdoor kunnen de leerlingen en de leerkracht efficiënter en taakgerichter werken. De leraar geeft tijdens het spelen van Taakspel complimenten en negeert ongewenst gedrag. Er ontstaat meer structuur in de klas: de nadruk ligt op het gewenste gedrag en de leerlingen zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en werkhouding.
Alle leerkrachten van De Tragellijn hebben een training gevolgd over Taakspel. Gedurende het schooljaar wordt de leerkracht ondersteund door de IB-er. Deze komt regelmatig kijken tijdens het spelen van Taakspel en bespreekt dat na met de leerkracht.